Doeltreffende BHV is de norm, niet één certificaat
Artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht de werkgever zich te laten bijstaan door één of meer aangewezen werknemers voor eerste hulp, het beperken en bestrijden van brand en het alarmeren en evacueren van werknemers en andere aanwezigen. De organisatie, het aantal, de opleiding, de uitrusting en de omvang moeten zo zijn dat deze taken naar behoren kunnen worden uitgevoerd.
De Nederlandse Arbeidsinspectie benadrukt in haar werkinstructie van 3 juli 2025 dat het aantal BHV’ers niet wettelijk is vastgelegd. Grootte, ligging en risico's van het bedrijf bepalen wat doeltreffend is. Voor een huisartspraktijk betekent dit dat een bewijs van één getrainde medewerker niet volstaat wanneer die persoon gedurende de openingstijd niet beschikbaar of niet snel inzetbaar is.
De LHV stelt voor de sector dat iedere werkdag minimaal één BHV’er aanwezig moet zijn. Gebruik dit als ondergrens voor de dagelijkse organisatie, niet als bewijs dat één persoon altijd genoeg is. De eigen RI&E kan door gebouwindeling, meerdere verdiepingen, bezetting, minder zelfredzame bezoekers of verschillende locaties om meer of anders verdeelde capaciteit vragen.
Maak de risico's van de praktijk zichtbaar in de RI&E
Inventariseer wie tijdens ieder tijdvak aanwezig kan zijn: medewerkers, patiënten, begeleiders, leveranciers en andere gebruikers van het gebouw. Kijk ook naar minder zelfredzame personen, kinderen, taalbarrières en bezoekers die de vluchtroute niet kennen. BHV beschermt niet alleen werknemers; alarmering en evacuatie moeten alle aanwezigen bereiken.
Breng vervolgens de concrete noodsituaties en gebouwfactoren in kaart. Denk aan brand of rook, stroomuitval, blokkade van een uitgang, agressie, een ongeval met een medewerker, een patiënt die in wachtkamer of toilet onwel wordt en een incident waarbij reguliere zorgverlening en ontruiming tegelijk aandacht vragen. Een medische praktijk heeft zorgprofessionals in huis, maar hun klinische kennis vervangt geen afgesproken brand-, alarmerings- en evacuatieorganisatie.
Leg vast welke professionele hulp van buiten beschikbaar is en welke tijd moet worden overbrugd. Controleer adressering, bereikbaarheid voor ambulance en brandweer, sleutel- en toegangssituaties en de plaats van verzamelpunt en afsluiters. Pas de RI&E aan na verbouwing, verhuizing, nieuwe openingstijden, gewijzigd gebruik van ruimtes of een structureel andere bezetting.
Plan dekking per tijdvak en locatie
Maak naast het opleidingsregister een aanwezigheidsmatrix. Zet per locatie en openstelling wie BHV-taken kan uitvoeren, wie vervangt en wie controleert dat de dekking werkelijk aanwezig is. Neem vroege en late uren, lunchpauzes, overleg, schoonmaakmomenten en incidentele avondopenstelling mee. Een agenda waarop patiënten kunnen boeken is een praktisch signaal dat ook de noodorganisatie moet functioneren.
Behandel huisbezoek en pauze als afwezigheid wanneer de BHV’er het pand verlaat of niet onmiddellijk kan handelen. Hetzelfde geldt voor thuiswerk, scholing en inzet op een tweede vestiging. Eén persoon kan niet gelijktijdig de dekking van twee locaties vormen alleen omdat beide roosters dezelfde naam tonen.
Regel vooraf wat er gebeurt als de geplande BHV’er ziek uitvalt. Wijs een bevoegde beslisser en concrete maatregelen aan: vervanger oproepen, taken of patiënten verplaatsen, opening beperken of het pand niet voor publiek openen. Laat de receptionist of doktersassistent dit niet onder tijdsdruk zelf uitvinden bij de eerste afspraak.
- locatie en openstelling waarop BHV-dekking nodig is;
- naam van aanwezige BHV’er en direct beschikbare vervanger;
- controle vóór opening en overdracht bij vertrek of pauze;
- beslisroute als dekking onverwacht ontbreekt;
- registratie van afwijking, tijdelijke maatregel en structurele opvolging.
Verdeel rollen voor hulp, alarmering en continuïteit
Een BHV’er hoeft een incident niet alleen af te handelen. Spreek af wie 112 belt, wie bezoekers begeleidt, wie de toegang voor hulpdiensten vrijmaakt, wie een wachtkamer ontruimt en wie voorkomt dat nieuwe patiënten binnenkomen. De BHV’er coördineert de eerste noodhandelingen; andere medewerkers kunnen duidelijke ondersteunende taken uitvoeren als zij daarvoor zijn geïnstrueerd.
Scheid noodhulp van de normale zorgorganisatie. Bij een patiënt met een acute zorgvraag kan de huisarts medisch handelen, terwijl een andere medewerker de alarmering, route en opvang organiseert. Maak duidelijk wie leiding heeft als brand, rook of ander omgevingsgevaar ook de behandelaar bedreigt. Klinische urgentie mag medewerkers niet zonder afweging in een onveilige ruimte houden.
Leg de communicatieroute eenvoudig vast. Gebruik een hoorbaar alarm of eenduidig signaal, actuele interne nummers en een aangewezen ontmoetings- of opvangpunt. Vertrouw niet alleen op een groepsapp: telefoon, wifi of meldingen kunnen uitstaan en nieuwe of tijdelijke medewerkers kennen het kanaal mogelijk niet.
Stem opleiding en middelen af op de eigen scenario's
Arboportaal geeft aan dat vorm en inhoud van de BHV-opleiding mogen aansluiten op de RI&E en dat oefenen en nascholing belangrijk zijn. Kies de opleiding dus niet uitsluitend op beschikbaarheid of laagste kosten. Controleer of de BHV’er de praktijkscenario's, het gebouw, de aanwezige middelen en de taakverdeling beheerst.
Loop blusmiddelen, verbandmiddelen, communicatiemiddelen, noodverlichting, vluchtwegen en eventuele AED systematisch na. Een AED is volgens Arboportaal niet algemeen wettelijk verplicht, maar de aanwezigheid ervan schept wel organisatorische vragen over bereikbaarheid, controle en gebruik. Vermeld apparatuur niet als maatregel wanneer die achter slot, buiten openingstijden onbereikbaar of niet onderhouden is.
Houd vluchtroutes en nooduitgangen bruikbaar tijdens de gewone bedrijfsvoering. Een kinderwagen, levering, archiefdoos of extra stoel kan een route tijdelijk blokkeren. Maak de controle onderdeel van openen of sluiten en leg vast wie een gebrek direct kan herstellen of de ruimte buiten gebruik stelt.
Oefen de kwetsbare momenten, niet alleen het ideale scenario
Oefen ten minste een situatie tijdens volle bezetting en een situatie met minimale bezetting. Voeg een afwezige BHV’er, geblokkeerde uitgang of onbereikbare telefoon toe zodat zichtbaar wordt of de vervangingsroute werkt. Kondig niet iedere stap vooraf aan; medewerkers moeten het signaal herkennen en hun eigen taak kunnen vinden.
Beoordeel na de oefening tijd tot alarmering, rolverdeling, bereikbaarheid van middelen, begeleiding van minder zelfredzame bezoekers, telling op het verzamelpunt en overdracht aan hulpdiensten. Gebruik geen universele streeftijd die niet uit de eigen risicoanalyse komt. Noteer wel concreet waar vertraging of onduidelijkheid ontstond.
Zet verbeterpunten in het plan van aanpak met eigenaar en datum. Herhaal het relevante deel nadat een maatregel is ingevoerd. Een ondertekend oefenverslag zonder hercontrole bewijst niet dat een gesignaleerd probleem is opgelost.
Neem flexkrachten en gedeelde panden expliciet mee
Waarnemers, uitzendkrachten, stagiairs, schoonmakers en medewerkers van een apotheek of andere huurder kennen de lokale noodroute niet vanzelf. Geef vóór inzet of toegang minimaal informatie over alarm, vluchtroute, verzamelpunt, meldwijze en de aanwezige BHV-organisatie. Controleer begrip in plaats van alleen een document te versturen.
Werkgevers in een gedeeld gebouw kunnen volgens de Nederlandse Arbeidsinspectie afhankelijk van de risico's gezamenlijk een BHV-organisatie opzetten. Leg dan schriftelijk vast wie waarvoor verantwoordelijk is, welke uren worden gedekt en wat gebeurt als de andere organisatie gesloten is. Een algemene afspraak met de verhuurder is geen aanwezigheidsbewijs.
De praktijkhouder blijft verantwoordelijk voor een doeltreffende organisatie voor de eigen werknemers en activiteiten. Toets gezamenlijke afspraken daarom aan de eigen RI&E en aan de feitelijke beschikbaarheid. Neem wijzigingen bij buren, verhuurder of gebouwbeheer mee in de periodieke controle.
Gebruik één maandelijkse controle en duidelijke wijzigingssignalen
Controleer maandelijks of de lijst met BHV’ers, contactgegevens, middelen, onderhoud en locatieafspraken nog klopt. Vergelijk die lijst met het actuele basisrooster en bekende afwezigheid. Kijk daarnaast op de werkvloer of routes, deuren en signalering overeenkomen met het plan.
Heropen de beoordeling na incident, bijna-incident, personeelswissel, langdurige afwezigheid, verbouwing, verhuizing, extra locatie of verruimde openingstijd. Wacht niet tot de jaarlijkse cursus om een gat in de dekking te repareren.
Deze publicatie geeft algemene werkgeversinformatie, gecontroleerd op 3 september 2026. De juiste BHV-inrichting hangt af van de concrete RI&E, het gebouw, de bezetting en lokale afspraken. Laat risico's waarvoor eigen deskundigheid ontbreekt beoordelen door een passende arbodeskundige of veiligheidskundige.
Controlelijst
- Koppel ieder open tijdvak en iedere locatie aan een aanwezige BHV’er.
- Leg vervanging vast voor pauze, visite, ziekte, verlof en scholing.
- Bepaal vooraf wie opening beperkt of stopt wanneer dekking ontbreekt.
- Neem patiënten, begeleiders en minder zelfredzame bezoekers mee in de RI&E.
- Verdeel alarmering, opvang, evacuatie, toegang en medische hulp over rollen.
- Controleer vluchtwegen, nooduitgangen, middelen en bereikbaarheid periodiek.
- Instrueer flexkrachten en andere gebruikers van het pand vóór inzet.
- Oefen volle én minimale bezetting, inclusief een onverwachte uitval.
- Leg verbeterpunten vast met eigenaar, termijn en hercontrole.
- Actualiseer de BHV-organisatie na iedere relevante wijziging.
Primaire en gezaghebbende bronnen
- Arbowet artikel 15 — deskundige bijstand op het gebied van bedrijfshulpverleningOverheid.nl
- Wat zegt de wet over bedrijfshulpverlening?Arboportaal
- Werkinstructie Bedrijfshulpverlening, 3 juli 2025Nederlandse Arbeidsinspectie
- LHV-handreiking Arbowetgeving — bedrijfshulpverleningLandelijke Huisartsen Vereniging
Bronnen zijn geraadpleegd op 3 september 2026. Een cao, regeling of overheidsinstructie kan later wijzigen. Controleer bij een individueel besluit altijd de actuele brontekst.